winter

Kijkend naar de EK in Boedapest betrap ik mezelf erop dat ik een “echte ijsverwachter” ben. Ieder jaar verwacht ik dat de natuur weer keihard toeslaat, afrekent met al die klimaattoppen en ons overvalt met een echte ouderwetse erwtensoepmetrookworstijswinter. Daarbij ben helaas wel altijd te bang dat, als wanneer dat dan eindelijk gebeurt, ik totaal niet in vorm  ben. Daarom ga ik, en met mij nog legio anderen, iedere week trouw naar die kunstijsbaan in Den Haag of Utrecht. Eenmaal op het ijs wurm ik me door drommen recreanten heen en probeer mijn rondjes te rijden. Te snel voor de recreanten, te langzaam voor de marathonners, bijna altijd tussen de wal en deze twee groepen, met soms hachelijke bochten en op het rechte eind pas weer genieten. Op de vaak aangeslagen ijsbaan liggen steeds vaker aangeslagen lotgenoten die de, sinds oktober aanwezige scheuren, niet hebben kunnen ontwijken. Soms zijn de bloedvlekken een week later nog zichtbaar. Scheuren op kunstijs? Ja! Gekscherend wordt er wel eens gereageerd in de trend van: “kun je alvast wennen aan natuurijs”, of: “da’s speciaal voor de Weissensee groep”. Maar op de één of andere manier lijkt men het niet voor elkaar te krijgen de scheuren die eenmaal gelegd zijn in oktober, gedurende het seizoen niet weg te dweilen of te schaven. Waarom doe ik mij dat zelf aan. Waarom doen wij onszelf dat aan?  “Tja, d’r is bijna nooit meer echt natuurijs en als ‘t er  dan van komt, dan moet je er wel op voorbereid en getraind zijn”, aldus een collega ijsverwachter.

Natuurijs….

Alleen het wordt al: ‘natuur’! Het doet denken aan natuurlijk, maagdelijk, au naturel, zonder kunstmatige geur- kleur- en smaakstoffen…

De smaak van dat natuurijs?  Dat is ontegenzeggelijk het geknerp onder de ijzers, het galmen onder de ijsvloer, het kraken van het ijs dat als een boeggolf voor je uitrolt en meegolft langs de oevers, versterkt door de zwarte diepte onder het ijs, en….. wat echt opvalt sinds de laatste 10 jaar, het klappende geluid van klapschaatsen.

Zwart ijs

Natuurijs, de natuur, buiten en de oermens in me wordt wakker. Niet alleen het gehoor (de geluiden van het natuurijs), maar ook andere zintuigen worden hierdoor op scherp gezet: de neus (frisse buitenlucht), de huid (kou en of warmte), de ogen (felle winterzon) het evenwichtscentrum (hoe ging ook alweer die valbeweging), de grip op het ijs wat niet met kunstijs is te vergelijken en dan is er nog iets wat zich eigenlijk door geen één zintuig in het bijzonder laat waarnemen en vervolgens met bijna geen woord te omschrijven: het glijden over zwart ijs, wat je het gevoel geeft te vliegen, waar iedere afzet moeiteloos resulteert in een enorme versnelling. Zwart ijs is recordijs, vooral als er nog niemand over gereden heeft! Hallo ijsmeesters in Den Haag, let eens op! Hadden jullie maar natuurijs, dan was het weer die recordbaan dat het moest zijn. Maar als je dit vraagt aan een profschaatser: “Nee niet op natuurijs, dan verpest ik mijn techniek”…

Geen ijstijdmensen dus die profschaatsers. Vaak geen buitenschaatsers ook, getuige de beelden uit Boedapest, uitzonderingen daargelaten.

Natuurijs….volgens de deskundigen zitten we nog steeds in een periode tussen de ijstijd en warme periode, het zgn. ‘interbellum’. Heeft Global Warming hier invloed op, bedenk ik mij, in de wetenschap dat we de afgelopen 250.000 jaar 5 ijstijden hebben gehad en daarvoor en daarna ook nog ontelbare kleine andere mini-ijstijden? Ik bedenk me ook dat de zon nog steeds weinig  zonnevlekken vertoont anno 2012! Toch nog een ijswinter, al dan niet wat laat? Of gaan we in februari al de lente van maart vieren?

Meewarig denk nog aan de winterverwachting van Frans in oktober: Volgens Frans was de blauwgekuifde Sijs erg stil, waren de eekhoorntjes druk en…….””

Sporters zijn niet heilig

Hardloopvrouwtje

Hé, ze daar was ze ineens weer: het hardloopvrouwtje langs de provinciale weg. Hardloopvrouwtje in dezen is niet seksistisch bedoeld hoor, want ik kom ook altijd het racefietskantoormannetje tegen, maar dit was meer om de dame in kwestie even duidelijk te typeren. Deze hardloopvrouw, strak in joggingpak en met wuivende blonde paardenstaart achter haar aan, was in de zomermaanden altijd beetje een van mijn ijkpunten van de tijd (rond half acht in de ochtend) en locatie (provinciale weg, gemeentegrens) op weg naar mijn werk. Ik had ze dus gemist zonder het te bewust te weten en daar kwam ik pas weer achter toen ik ze weer opnieuw zag.  Het tijdstip echter was half negen, mijn laatste werkdag van het jaar op kantoor, en ik was een uurtje later als normaal. Ze volgt waarschijnlijk gewoon haar biologische klok in plaats van de echte klok en loopt daarom vanaf eind oktober haar loopje om half negen, in plaats van half acht. Ik heb ze stiekem altijd een beetje bewondert, dit hardloopvrouwtje. Nee het is geen afgunst Ik bewonder haar, en andere sporters in het algemeen, oprecht, en niet alleen vanwege het feit dat ze sporten, maar ook omdat sporters vaak veel moeten laten, hun (gezins- of werk-) agenda moeten aanpassen en moeten goochelen met de tijd voor familie, vrienden, werk en huishouden. In ieder geval, gedurende de zomer was ze er altijd klokslag half acht, weer of geen weer. Was ze soms in training voor bijvoorbeeld een prestatieloop of marathon, of was ze gewoon één van die hardlopers (-loopsters) die lopen om het lopen? Ik ben nooit gestopt om het te vragen en dat zou ook wel heel raar staan denk ik.

Bewondering:

Raar eigenlijk dat je zo’n iemand bewondert. Nog vreemder lijkt het mij daarom dat je willekeurige vreemden die hun sportkunstjes in een stadion of op TV vertonen bewondert, tot soms verafgoding aan toe. Van bewondering tot verafgoding is best een grote stap, maar hele volksstammen hebben die stap al genomen, getuige de volle stadions, voetbalkaartjes in de C1000, maar ook met één van de andere uitwassen van die verafgoding, het hooliganisme worden we ieder weekend geconfronteerd. Waarom eigenlijk? Zijn  sporters heiligen of goden waarvoor gestreden moet worden tegen stammen die andere heiligen of goden hebben? Ik denk echter dat die vraag en ook het antwoord te zwaar is voor deze blog.

Heiligen:

Maar ik ken ook sporters die sporten, hun grenzen verleggen voorbij hun eigen fysieke mogelijkheden, en met hun lijden en afzien proberen het leed van de zieke en meer behoeftige medemens te verzachten en hun lot draaglijker te maken.  Juist doordat ze met hun sporten en vaak extreme prestaties, het broodnodige geld binnen halen voor onderzoek en medicijnontwikkeling, maar ook voor iets simpels als een hospice, waar mensen op een menswaardige manier kunnen sterven, een huis naast een ziekenhuis waar familieleden samen met hun doodzieke kinderen kunnen wonen, om maar een paar voorbeelden te noemen. Zaken die vanuit de reguliere zorg niet bekostigd kunnen worden. Zonder een voorschot te willen nemen op een mogelijke heiligverklaring van deze of gene: maar dat lijden voor een ander, dat is toch wel een beetje de essentie van een heilige of niet?

Goede voornemens voor 2012?

Ik zou zeggen: “als er iemand aan uw deur klopt voor ondersteuning, of voor geld omdat deze persoon gaat sporten voor het goede doel: geef of steun!” We hebben er allemaal vast wel eens van gehoord: de Kika 24  (http://www.raps24.nl), Alpedu6 (http://www.alpedu6.nl/)  of Roparun (http://www.roparun.nl/roparun-2012.html ). Bezoek de websites, volg de twitters en facebookers , toon uw betrokkenheid en leef mee!

Dat racefietskantoormannetje?

Die kom ik altijd een half uur eerder tegen dan het hardloopvrouwtje, op de paarse brug over de Breevaart. Gele (gele trui geel!) racefiets, fietskleding, helm en rugzak, waarschijnlijk gevuld met droge kleding, handdoek en broodtrommel. Die kan denk ik wel douchen op zijn werk …..

Rest mij nog één ding: gelukkig, gezond, sportief en voorspoedig 2012, al dan niet met oliebollen of eierkoeken, vet- of suikervrije en/of dieetproducten!

Dik tevreden!

Het nieuwe jaar nadert met rasse schreden dus ook de goede voornemens worden weer van stal gehaald, opgepoetst en gelardeerd met een nieuw sausje voor 2012. Meestal zijn die spreekwoordelijke sausjes kort houdbaar (het goede voornemen wordt gauw vergeten) en dik makend (het jojo-effect), ervan uitgaande dat het goede voornemen ‘afvallen’, het meest voorgenomen goede voornemen, betreft. Ja, ja beste lezertjes en lezerinnetjes, de strijd tegen spek, buikvet, love-handles en de zogenaamde zadeltassen is het onderwerp van de meeste goede voornemens, gevolgd door, of in combinatie met,’ meer sporten’. En hoe triest het ook klinkt, we moeten constateren dat in onze moderne maatschappij het ‘je innerlijk zelf’ verbeteren, als goede voornemen, het in deze verliest van de ondraaglijke lichtheid van de interesse voor alleen maar onze uiterlijkheden.

 

De levensmiddelenproducenten zitten er dik in…
Recent is aangetoond dat, genetisch gezien, er mensen zijn die van nature dik zijn of gemakkelijk snel dik worden. Laten we maar zeggen dat ze gezegend zijn met een genenpakket gebouwd voor barre omstandigheden (we zijn gëëvolueerd als jager-verzamelaar: zie ook het “Paleo-perspectief” http://melchiormeijer.wordpress.com/2011/10/25/paleo-voor-snellere-tijden/ ). Echter dat zijn lang niet zo veel mensen als dat er nu dikke mensen in Nederland, of welk westers land dan ook, rondlopen. Niet alleen zijn die barre omstandigheden er niet meer in Nederland, maar is onze maatschappij als geheel dik makend. Het is waar: onze maatschappij promoot dik worden, alle gecombineerde initiatieven van de overheid, levensmiddelenproducenten en dieetgoeroes ten spijt. Waarom is dit dan toch zo’n raar zinnetje als je er over nadenkt. We zouden deze zin even moeten ontrafelen, niet grammaticaal, maar wel wat betreft de puurheid van de motieven van de verschillende stake-holders in de bestrijding van obesitas (ik kom hier echt nog een keer op terug….maar lees Melchior Meijers van Paleo Perspectief er nog maar eens op na). Ik schrijf zouden, dat doe ik niet, maar als u er wat langer over dit zinnetje nadenkt bent u er snel uit. En die dik makende maatschappij? Ten opzichte van onze ouders die in de jaren 50 leefden, bewegen we nu eenmaal te weinig (Geert Mak: “de eeuw van mijn  vader”) en eten we teveel bewerkte levensmiddelen. We bewegen te weinig op ons werk (heel veel zittend kantoorwerk) en we bewegen te weinig thuis (zittende hobby’s, bank hangen, te weinig lichamelijk huishoudelijk werk)en onze kinderen worden met de auto naar school gebracht, met de auto naar de sportclub, spelen te weinig op straat etc. Ons dagelijks dieet bestaat teveel uit bewerkt en vooral gemakkelijk eten (zakjes, pakjes, potjes, kant-en-klaar maaltijden, snelle sauzen, gemaksvoeding, snoep, echt alles is bewerkt) vol met zetmeel en gemodificeerd zetmeel als bindmiddel. En geloof me, dames en heren zetmeel is gewoon suiker!!!!

 

Leven als een monnik
Je hoeft niet te leven naar de regels van Benedictus om een gezond leven te leiden en niet (te) dik te worden. De regels die je wel moet navolgen zijn heel simpel: meer calorieën verbranden dan dat je inneemt uit voeding. Hou je van lekker en veel eten, dan zal je dit moeten verbranden door extra beweging. Bij gezondheid, of dik makende eigenschappen van eten moet je het volgende bedenken: alles van de boom of struik, uit de grond of direct van de koe of geit is niet dik makend. En zoals mijn moeder altijd zegt: Alles uit een pakje, zakje (behalve thee), uit een potje (behalve zilvertuitjes) of kant-en-klaar prak is dik makend” en daarbij zijn de goedkoopste levensmiddelen het ergst. Daar komt nog bij dat die goedkopere en dus het meest geconsumeerde levensmiddelen de meeste vetten, zout en suikers bevatten. De gezondere levensmiddelen, daarentegen, zijn het duurst. Nog een regel: de weegschaal bepaalt niet of je gezond bent, die geeft alleen maar aan hoe zwaar je weegt. Inderdaad ook dikkere mensen kunnen gezond zijn en magere mensen kunnen ongezond zijn. Benader daarom overgewicht of lekker eten niet als een zonde en straf je zelf niet voor die zonde met “aan de lijn zijn” na bijvoorbeeld de feestdagen. Geniet daarentegen van wat je wel eet en geniet van je bewegen, je sport en je fitheid, ook als je wat dikker bent dan de norm.

 
Meer bewegen, wat dan en hoe dan?
Laat al die Tommy Tell Sell spullen lekker waar ze horen: op de kijkbuis dus. Het enige wat door die Tell Sell wonderapparaten afvalt is je portemonnee. Ga bewegen, ga sporten, ga bijvoorbeeld eens naar een sportschool om met een uitgekiende programma aan je conditie te schaven, ga op spinning of RPM, Zumba of pilates, ga joggen, ga wandelen, zwemmen, fietsen, schaatsen, maakt niet uit wat, als je maar een manier van bewegen zoekt die je leuk vindt en dan ook makkelijker kan volhouden.

 
Afvallen is zwaar, dik worden licht…
Naar ‘t schijnt, kick je makkelijker af van de drugs dan dat je daadwerkelijk en langdurig afvalt zonder weer opnieuw aan te komen. Er zijn al meerdere reality-tvshows aan dit thema opgehangen. De overeenkomst tussen eetverslaving en drugsverslaving is echter veel groter dan gedacht. Wat zeker bij alle twee geldt: “begin er gewoon niet aan, niet aan dat te veel eten, niet aan de drugs, want wat er niet aankomt hoeft er ook niet af”.

  
Dik voor mekaar
Zoals eerder gezegd ergens in de tweede alinea, er zijn mensen die van nature dikker zijn als anderen, ondanks het feit dat ze een gezond, actief en sportief leven leiden. En als je dan toch dik moet zijn, kun je er maar beter mee leven en gewoon ‘dik tevreden’ zijn met je zelf en het ‘dik voor mekaar hebben’…..ook in het nieuwe jaar. Dus geniet van de feestdagen en gelukkig nieuwjaar!

wat maakt jou een schaatser?

Wat maakt jou een schaatser?
houten schaatsenIk ben zelf begonnen als schaatsouder. Hoe dat zo kwam? Na zo’n echt Hollands mini-wintertje met 3 dagen natuurijs concludeerde mijn oudste zoon, toen net 8 jaar oud en net hersteld van een hielbeen operatie, dat hij schaatser wilde worden. Volgens mijn achterbuurman kon dat het beste bij het jeugdschaatsen van Schaats Club Gouda. Natuurlijk moest nog het hele winterseizoen gewacht worden en de daarop volgende zomer ook. Een eindeloos lange periode voor een kind van 8. Eindelijk in september kwam dan een berichtje dat mijn zoon was toegelaten als lid bij het jeugdschaatsen. Natuurlijk was ik bereid te assisteren als hulpouder: veters vastmaken, begeleiding in de bus enzo, toen mijn achterbuurman mij dat terloops vroeg en: “oh ja, jij kan toch ook een beetje schaatsen?” , was de vraag. Een beetje ja, dat wilde ik wel toegeven, stond wel zomers op inline-skates, maar schaatsen, da’s toch andere koek. Volgens mij had ik toch nog terughoudender moeten wezen over mijn schaats– c.q. inline-skate ervaring naar de achterbuurman, want ik werd uitgenodigd voor een vergadering van de jeugdschaatscommissie, met als onderwerp: “de start van het seizoen”. Aldaar kreeg ik de vraag of ik ook een beginnersgroepje wilde begeleiden en dan moest ik maar goed de kunst afkijken en hoe e.e.a. te werk ging, bij mijn buurman van het andere groepje naast mij op de ijsbaan. Als theoretische ondersteuning kreeg ik van de club het “blauwe” boekje mee, een uittreksel van een eerder gepubliceerde schaatsmethode met wat praktijkaanvullingen van ervaren trainers. Heel grappig: er stond ook nog instructie in hoe een houten schaats vast te binden, Dit keer onderschatte ik mijzelf niet en toog naar de bibliotheek voor meer boeken met theoretische onderbouwing, alsook naar de ijsbaan om driftig te gaan oefenen. Afijn, die buurman op de ijsbaan, bij wie ik de kunst moest afkijken was er na 4 weken niet meer en samen met een nog jonge maar enthousiaste junior deed ik plots twee groepen.

 

 

Woensdagavondkernploeg
“Moeten we dan niet zelf meer oefenen (en op elkaar oefenen)?”, was mijn vraag aan een aantal andere jeugdschaatsleiders die ook, net als ik, net begonnen waren. Dat idee viel wel in goede aarde, bovendien was er iemand van de oudere garde van de jeugdschaatsleiders bereid, hier ook wat energie in te steken. Aldus togen we vanaf dat moment iedere woensdagavond naar ijsbaan ”de Uithof’ in Den Haag. Dit clubje groeide allengs en naast een aantal jeugdschaatsleiders, wisselend per seizoen, deden er steeds meer schaatsvrienden mee en zo ontstond dus de ‘woensdagavondkernploeg’.

We hebben allemaal redenen waarom we zijn begonnen met schaatsen. Maar de redenen waarom we doorgaan als schaatser en wij ons zelf ‘schaatser’ mogen noemen, is voor iedereen verschillend.
Schijnbaar moeiteloos
Na al dat oefenen, of door al dat oefenen, begon het schaatsen voor mij, in het bijzonder het technisch goed schaatsen, een uitdaging te worden en in het verlengde daarvan inline-skaten ook. Ik wilde meer, ik wilde, met de minst mogelijke inspanning op mijn gezicht, schijnbaar moeiteloos glijden over het ijs. Maar waarom wilde ik dat gevoel van extase bereiken in een goed gereden bocht? Waarom wilde ik knallen over een 500m? Waarom wilde ik Inline-skatemarathons rijden?

10 jaar
“Je hebt minimaal 10 jaar nodig om een beetje te leren schaatsen”, aldus Pieter, een ervaren trainer en nu, 10 jaar na dato durf ik toe te geven dat hij wel een beetje heel erg gelijk had. 10 jaar later en een heleboel woensdagavonden, maandagavonden, zaterdagen en zondagen, want met één keer in de week schaatsen red je het uiteindelijk ook niet. Schaatsen, droogtrainen, fietsen, hardlopen en inmiddels ook spinning. Wat begon als een avondje oefenen is een echte passie geworden. Vanuit dat oefenen volgden de clubkampioenschappen, marathons voor recreanten, natuurijstochten, Weissensee, Inline-skatemarathons etc.
Wat maakt mij een schaatser en inline-skater?
Ik geniet van de snelheid, de koude wind in mijn gezicht, van een goed gelopen bocht, van een technische goed rit, het meditatief rondjes rijden achter de billen van je voorganger, het geluid van onbeschaatst zwart ijs, de ondergaande zon boven een weids Holland landschap, van het gevoel van ‘wat wij in het huis van het schaatsen noemen’ te zitten en dat te delen samen met al die andere schaatsers en inline-skaters. Eigenlijk wil ik altijd en overal schaatsen of inline-skaten. Dat maakt mij een schaatser of inline-skater en niet mijn PR op de 500 meter, niet mijn (finale-)plaats in de Mijnten Inline-Cup, niet mijn eindtijd op de Weissensee, niet een mooi sponsorcontract bij TVM of Control (of een lokale schaatswinkel of Notenboer om maar wat zijstraten te noemen), maar juist het gevoel en de liefde voor schaatsen en inline-skaten maakt dat ik kan zeggen: ”ik ben een schaatser”. Het is niet langer meer het oefenen om een goede jeugdschaatsleider of trainer te worden, het is niet langer meer het trainen om een paar kilootjes te verliezen of om fit te worden. Het is mijn manier van leven geworden.

En wat maakt jou een schaatser, hardloper of fietser?

Die zoon is inmiddels 19 en student, maar schaatst en skate nog steeds.

spinning

Poeltjes met zweet

Mijn handen tintelden, mijn benen brandden, het zweet gutste van mijn lijf. Onder mij vormden zich kleine poeltjes met zweet terwijl ik amechtig naar adem hapte. Zeer weinig gebruik ik het woord ‘amechtig’, maar dit keer vond ik het echt de enige juiste omschrijving voor mijn toestand. Amechtig staat voor: 1.sterk hijgend, 2.kortademig, 3. krampachtig, vertwijfeld (overdrachtelijk).

onze spinning bike

Wat is dit?
Waar gaat dit stukje over zult u wellicht denken? Gelijk heeft u! Dit gaat namelijk over mijn eerste ervaring met spinning, niet te verwarren met RPM van ‘Les Mills’ hoewel deze laatste ook op een spinningfiets is.
Ik stond daar dus, maar wat met mijn handen steunend op mijn trillende knieën, nauwelijks in staat om normaal te ademen, een beetje licht in mijn hoofd ook en probeerde mijn ademhaling onder controle te krijgen.

Fietsuurtje
Lekker zo’n stukje op een spinningfiets, dacht ik nog van te voren, dat zal best wel meevallen, tja.,,, Ik had me laten overhalen door mijn vrouw en omdat samen fietsen iets is wat we graag doen in de zomer, leek ons dat wel een mooie invulling voor de koude natte winter. Bijkomend voordeel: hoe hard ik ook zou fietsen, mijn vrouw zou nooit achterop geraken, maar gewoon naast me blijven. ’t Kon haast niet meer stuk dat “fietsuurtje”. Met die instelling gingen we dus naar de sportschool. Aldaar een zaaltje met wat van die ijzeren fietsen zonder gewone wielen, maar met een vliegwiel en een magneet. Gelukkig wel met clickpedalen aan de ene kant van het pedaal, dan hadden we tenminste wat aan onze spd-schoentjes. Er waren al wat andere mensen,  “huisvrouwtjes” “kantoormannetjes”, een paar jongeren maar de rest toch wel 45-something. Eitje dacht ik nog. Effe voorstellen aan de trainer en daarna ’t fietsje, sorry “spinning-bike” afstellen en, na wat tips over instelling van de weerstand en de noodknop???, wat nou noodknop, lekker begonnen met inrijden op muziek. Beetje DJ-Tiesto dus lekker los op de lichte freewheel stand met een hoge frequentie. Daarna begon een zwaardere beat en op aangeven van de trainer (“kom op schaatsert, jij kan wel een extra stukje bij draaien met die benen van je”) werd de weerstand iedere keer weer opnieuw aangedraaid. Uit het zadel voor ‘running’, ook zo’n typische spinning term voor ‘op de pedalen’ en uit het zadel en “jumping”. Dit was pas echt klimmen volgens de trainer.

“Hoe zwaar kan nou die weerstand?” Hij kon het zo van mijn gezicht aflezen denk ik! Dat was dan ook wel mijn grootste fout van die dag! Tja je voelt je natuurlijk een hele vent als je een 4 keer in de week op skeelers of schaatsen staat en regelmatig op mountainbike of racefiets klimt. En dat wil je dan laten zien hè? Fatale laatste gedachten, gezien de eerste alinea van deze blog, tjonge jonge jonge. D’r kwamen nog wat virtuele versnellingen, running, jumping, in het zadel 1,2,3,4 en uit het zadel 1,2,3,4, versnellen, sprinten, bijdraaien, freewheelen en nog een paar klimmetjes die zo zwaar waren dat ik de beat van de muziek kwijt raakte. Daarna nog wat technische oefeningen, zoals “hooveren” achter het zadel. Vervolgens  met het lichaam tussen zadel en stuur hangen en bovenlichaam stil houden (hey waar kennen we dat van) gevolgd door nog een “tourmaletje” zoals de trainer grapte, en constant maar die weerstand er bovenop gooien (kwartslag bij), en dan deed ik natuurlijk ietsje meer als die andere mensen en daarom ging dan ook het spreekwoordelijke kaarsje uit en omdat je ‘schaatsert’ bent en toch met je koppigheid niet wilt opgeven, krijg je het hierboven omschreven resultaat.

Herstelkoffie
Na een goed half uur onder de douche en een herstelkoffie (en nog eentje) kon ik toch wel zeggen dat ik het leuk vond, hartstikke leuk eigenlijk en zeker ook de moeite waard als training. Ja, het is nou eenmaal anders als gewoon fietsen, en ja het is in een zaaltje, dus binnen, maar je bent daar wel met zijn allen, er is ook nog aandacht voor techniek en je kan het zo zwaar maken als je zelf wilt. Oh ja die muziek: nou het kan ook op Fleetwood Mac, de Golden Earring en andere goede rockmuziek. Salsa is wat minder, ouwe gouwe soulnummers gaan er ook in als zoete koek. Het ritme in ‘beats per minute’ bepaalt een beetje de trainingsvorm.  Het feit dat de trainer zelf iedere keer de training voorbereid en maakt, is het grote verschil met de andere spinningvorm ‘RPM’ van Les Mills (les mills) . De training wordt naar inzicht van de trainer voorbereid en opgebouwd en dat is goed, want de trainer kent tenslotte de groep en zijn pappenheimers.

Spinning is echt de moeite waard (http://nl.wikipedia.org/wiki/Spinning) .
Ik ga nu iedere week heel trouw naar de spinningles en ik ga het tot nu toe iedere keer steeds leuker vinden. Wij alle twee trouwens. Geen idee of je er een betere fietser van wordt trouwens. Is dat belangrijk? Nee, het is gewoon een leuke training, waar je echt wel je hartslag naar grote hoogten jaagt, je calorietjes verbrand en na afloop je benen voelt. Gek genoeg zitten we na zo’n training ook boordevol energie voor een heerlijke zondag en da’s weer mooi meegenomen, toch….

Dat van die “huisvrouwtjes” en “kantoormannetjes” neem ik helemaal terug. 1000x excuses, petje af, chapeau!Vet respect voor deze mensen, die soms al jaren, en vaak ook meerdere keren per week gaan spinnen. Ik kan het ook echt aanbevelen voor mensen die in sportief opzicht al wat gewend zijn, maar je kunt ook als beginner makkelijk instappen, want de weerstandknop bepaalt hoe zwaar jij het wil hebben. En dat het zwaar kan bewijst dat sommige spinners uit onze groep vorig jaar, maar ook komend jaar 6x l’Alpe de Huez op fietsen voor ’t goede doel (Alpedu6), om maar eens een zijstraat te noemen.

Spinnig bij VaBene: top! http://www.vabenefitness.nl/

 

bloggen

Waarin zijn mensen nu het meest geinteresseerd.
Van al mijn blogs, columns of stukjes internet proza, of hoe je ze ook wilt noemen (daar kan ik vast wel eens een nieuw stuk over schrijven) is het stukje over de oude ‘Koog’  (Koga Miyata Roadspeed 1980) nog wel het meest gelezen en gewaardeerde stukje. Goede nummer twee en niet ver achter de ‘koog’ is het stukje over ‘mannengereedschap’ dat moet hangen, gevolgd door nummer drie in de rij:’schaatsen’.

Zegt dit iets over mijn lezersgroep, zegt dat iets over onze algemene belangstelling,  zijn wij met zijn allen dan zo “retro’ man of vrouw, verlangen we zo erg naar al het goede van vroeger, deugen moderne spullen niet? Zo, meerdere vragen in één, waar ik ook niet direct een volledig en sluitend antwoord op heb natuurlijk. Schaatsen? Ja, alle Nederlanders zijn gek op schaatsen en ook de grootste forté van mijn lezersgroep is natuurlijk schaatsen Daarom staat het stukje over de Elfstedentocht ook nog hoog.

De ‘Koog’ krijgt erg veel verwijzingen van andere bronnen dan Twitter en facebook, wat inhoudt dat er nog andere geinteresseerde lezers waren als de vaste lezersgroep. Zoekwoord: ‘Koga’, ‘Miyata’ en ‘Roadracer’ en ‘racefiets’. Er zijn dus meer mensen op zoek naar zo’n barrel.

Mannengereedschap moet hangen: meest gebruikte zoekwoord is ‘gereedschap’ gevolgd door ‘afdak’ en ‘bierbuik’. Mooi hé, laat zien waar we ons mee bezig houden!

Om maar meteen advocaat te spelen voor mijn andere stukjes die ik gecolumniseerd heb, wat dacht u van: Elfstedentocht. Houdbare Man, Oktober????

Zou graag van u horen welk stukje u het beste vond en waarom en dan mij daarover een reactie te geven.

O ja,  ik speel advocaat voor ondergewaardeerde stukjes: “nu de winter toch weer wel en dan weer niet nadert, maar er toch heel veel mensen in training zijn voor de ‘Alternatieve’ op de Weissensee, lees en  stem op Elfstedentocht!”

 
best scorende stukje

stress

Stress

Hoeveel ik ook denk af te weten van gezond leven, en de zaken die daarbij horen zoals sporten en eten, dan nog zijn er wel eens van die momenten dat het leven je inhaalt. Of het nu je privéleven of je werk is, ergens zal ooit de stress op de loer liggen en toeslaan. Hoe daar nu mee om te gaan? Eerlijk gezegd, met alle kennis die ik van het menselijk lichaam en de menselijke geest heb, zal ook ik, ongetwijfeld, heel basaal reageren op stress. Gelukkig, of helaas, heeft het menselijk lichaam een aantal mechanismen ontworpen, de één effectiever als de ander, om hier mee om te gaan. De mechanismen waarop mijn lichaam met stress omgaat, zijn denk ik niet allemaal even effectief, maar ook niet zo veel anders als die van andere mensen. In willekeurige volgorde zijn dat:

  • Ik eet en drink om mijn adenosine receptoren te tevreden te houden en gebruik dopamine om mijzelf te pleasen: juist, inderdaad een combinatie van koffie of sterke thee, donkere chocolade en energy drinks met guarana!
  • Ik zwelg in verzadigd eten (zoek het woord ‘zwelgen’ maar op in de Dikke van Dale) dus dat is gevulde speculaas, boterkoek, vette frieten van Bram Ladage of gewoon een zak chips.
  • Ik sport om al die adrenaline om te zetten in spieractiviteit en mijn hoofd leeg te maken. Dit sporten is denk ik wel mijn beste mechanisme, maar helaas niet altijd één van de meest voor de hand liggende.

Want het verschil tussen naar de keukenkast sjokken en grijpen wat er ligt, of je helemaal in sport-outfit hijsen en op je spd-schoentjes naar de schuur lopen, om vervolgens alle fietssloten te verwijderen en dan eindelijk op die strakke fiets met dunne bandjes te zitten, is helaas mijlen groot. Ook het beloningsysteem wat bij deze 3 mechanismen hoort maakt het niet gemakkelijker: je moet een keuze maken tussen snelle gratificatie (koffie met donkere chocola) of je gaat een paar uur fietsen, schaatsen, skeeleren of hardlopen, in de hoop dat je ergens in de duur van je rit of je loop, je beter gaat voelen.

Hot Chocolate 10K.
Zou je lichaam beter tussen die 3 mechanismen kunnen kiezen als je wist dat er het aan het eind van dat sporten een warme donkerbruine dampende kop beloning ligt? Hmm: “een goed idee, de Hot Chocolate 10K!” en het rijmt ook nog…..

Herstel.
Herstellen van zo’n sportieve inspanning doe je natuurlijk het beste met: chocomel (heet of koud maakt niet uit), en niet met zo’n energydrink, want uit onderzoek blijkt:” Chocolademelk is heilzamer dan de energydrinks met vitaminesupplementen om na stevige inspanningen vocht- en suikertekorten aan te vullen. Dat meldt het Vlaamse gezondheidsmagazine Bodytalk. Wat het verschil maakt is nog onduidelijk. Mogelijk heeft het te maken met de aanwezigheid van sucrose en eiwitten in chocolademelk. Onderzoekers lieten goed getrainde wielrenners zich flink moe fietsen. Vervolgens gaven ze die chocolademelk of een energydrink, beide met evenveel suikers. Bij een nieuwe fietsopdracht bleef de eerste groep de helft langer trappen dan degenen met de energydrink. De resultaten werden bevestigd in een nieuw onderzoek. Uit een derde studie blijkt dat ook de spieren van voetballers sneller herstellen na het drinken van magere chocolademelk dan met een energydrink. (ANP In de studie van Thomas gaf de chocolademelk de beste resultaten. Dat chocomel met eiwit beter werkt dan de “fluid replacement drink” zonder eiwit mag geen verrassing zijn. Dat het ook beter werkt dan de herstelvoeding met eiwit vind ik wel verrassend.” Tot zover dan het Belgische onderzoek, dat regelrecht is overgenomen van eerdere Amerikaanse onderzoeken die werden gesponsord door, hoe kan het ook anders, de zuivelindustrie. Over een paar jaar moeten we weer iets anders denk ik. Maar goe hè, tisnie anders, zûnne.

Trappistje met...

Dit doet me ook weer herinneren aan een interview met Gerrie Kneteman na een of andere Vlaamse Klassieker, een reporter verbaasd achterlatend repliceerde ‘de Kneet’ dat hij een Trappistje met Grenadine genomen had om te herstellen en merkte ook nog eens terloops op: “als het niet had gewerkt, dan gaf het ook niet, dan had hij in ieder geval een lekkere Trappist gehad”. Ik bedoel maar…….. toch wel een beetje stressvolle week gehad, maar ben toch wezen schaatsen en spinnen en als beloning een herstelbiertje horend bij het seizoen (Brand Dobbelbock) genoten.

Hoe gaat u om met stress?

stomme vragen

Stomme vragen
“Domme vragen bestaan niet!” wordt ons altijd verteld. Nou geloof me ze bestaan. Stomme antwoorden natuurlijk ook. Geen briljante conclusie van mij, maar iedereen die kinderen opvoedt kan dit bevestigen.
Toen ze jong waren:
Kleine kinderen kunnen je helemaal gek maken met hun vragen of je met het schaamrood op de kaken laten staan. Je kent ze wel: “wat heeft tante Annie op haar gezicht?” tijdens een stil moment op een verjaardag. In de wachtkamer bij de dokter: “Als ome Jaap en tante Corrie een kindje krijgen, heeft ome Kees dan zijn dingetje in het gleufje van tante Corrie gedaan? En hoe vaak?”. In de rij bij de kassa in je lokale buurtsuper “Mama waarom scheer jij altijd je… ?”. En als er dan niet direct geantwoord wordt en je probeert er over heen te shussssen, dan komt er direct en met grote ogen kijkend naar de omstanders overheen: “ik heb het toch echt gezien hoor gisteren in de badkamer dat ze……!”. Maar ook op onschuldige vragen heb je niet altijd een pasklaar antwoord: “Waarom kan ik mijn eigen ogen niet zien?” “Waar zitten mijn hurken?” “Waar gaat de zon heen als tie weg is?”. Hoe erg de vragen ook waren, je had je als opvoeder immers voorgenomen niet kwaad te worden en te proberen alles zo eerlijk mogelijk te antwoorden. Nog erger werd het als je, naar jouw idee dan, een vraag zo zorgvuldig mogelijk had beantwoord, je een wedervraag kreeg met het alom gekmakende bloeddruk verhogende vragend bijwoord: “waarom?” en dan bij iedere verdere uitleg weer: “waaròòòòmmmmmm?” en dat terwijl je jezelf toch heilig voorgenomen had bij de allereerste vraag zo’n  4 à 5 vragen vooruit te denken.

Payback time:
Maar nu je kinderen dan eindelijk in de puberteit zijn is het payback time, want iedere vraag van jou als ouder, of opvoeder wordt door je kinderen als hinderlijk, irritant, controlerend en als inbreuk op hun privéleven gezien. Ze willen gewoon geen vragen van je horen, dus iedere keer als ze uit school weer thuis komen begin je met: “hoe was je dag, had je goede cijfers, heb je nog wat nieuws geleerd, hoe is het met je vrienden, is dat geen leuk meisje voor je, heb je de vuilnisbak buiten gezet, kun je de vaat naar de keuken brengen, heb je je kamer opgeruimd, wat wil je eten, kom je nog even beneden een kopje thee drinken, wil je oma bellen, wil je een boodschap voor me halen, waar is je horloge, waarom draag je nooit meer die trui, zit die broek niet lekker, is die jas niet te klein, moet je geen andere schooltas, waarom ga je niet naar de kapper, ga je mee naar de stad kleren kopen ….?”.
Rules of engagement:
‘The war is on’ en zoals in iedere oorlog is er op iedere actie een gepaste tegenactie: ‘the rules of engagement’ die bepalen, waar, wanneer en hoeveel geweld of een dreiging met geweld er ingezet gaat worden om een mogelijke dreiging te neutraliseren. Jouw puber komt immers nog steeds met heel erg irritante vragen:” waar is mijn tas, waar zijn m’n schoenen, waar is mijn broek, waar is mijn mobiel, waar is mijn sporttas, waar zijn mijn gymschoenen, waar is mijn werkstuk dat ik vandaag moet inleveren, waar is mijn huiswerk, waar is mijn rooster…..”. Echt irritant? Nee hoor want je hebt vooruitgedacht en je weet precies wat je moet antwoorden, de ultieme niet weerlegbare tegenactie: “daar waar je ze zelf gelaten hebt!”.
Game, set and match!

politiek

Politiek, politiek

“Politiek, politiek
Ik ben er niet, ik ken ze niet” : Bram Vermeulen legde het ooit al haarfijn uit in deze briljante tekst.
Ik waag me niet gauw aan hedendaagse politiek, niet aan landelijke en niet aan gemeentepolitiek, daarom hou ik ’t kort. De politiek van voor de tweede wereldoorlog, die was wel interessant, zeker als geschiedenisles op school. Uit die periode stammen zo’n beetje alle naar burgermeesters vernoemde straten, boulevards en pleinen in onze steden en dorpen, zo ook in Gouda. De periode Van Agt-Den Uyl-Wiegel, was ook erg interessant, zeker vanwege de eeuwige strijd tussen deze grootmeesters van de rede.

Boulevard:

Napoleon legde ooit half Parijs plat om zijn grootsheid met Boulevards te onderstrepen. Gouda ligt constant op de schop en over “het huis van de Stad” en de megalomane plannen rond een provinciaal stationnetje, daar wil ik me ook niet verder over uitwijden omdat iedere Gouwenaar al lang aan zijn water voelt dat er daar ook iets niet klopt.

Maar beloofd is beloofd, dus ik hou ’t kort, dûûûhs: krijgen we ooit nog in Gouda een “Wim Cornelis Boulevard, Laan, Singel,Straat of Plein”? Nog niet eens een doodlopende steeg denk ik…..

Ben benieuwd wat ze in Ghana met hem doen? Fair Trade organisate “Return to sender” is daar een begrip, maar ze zouden toch niet denken dat ze hem moeten ………nee, toch?