september

September
Onvermijdelijk en onafwendbaar nadert de voormalige tropische storm, de orkaan ‘Irene’ Europa. Eén van de niet mis te verstane tekenen dat het gedaan is met de zomer en zijn gerechtigde opvolger, de herfst , nadert.
Toegegeven, net als iedereen probeert ik mij ook zo lang mogelijk vast te klampen aan het mediterrane ritme van onze eigen zomertijd zomer. Wandel- fiets of skatetochten tot diep in de avond en daarna relaxend in de achtertuin, BBQ weekends, tuinfeesten. Echter de onvermijdelijk steeds kortere avonden noodden mij ook tot kortere tochtjes en minder afgelegde cyclo- en skeelometers en echt genieten in de achtertuin doen we nu ook al een paar maanden minder als we hoopten. Want wat zo goed begon in april en mei heeft zich deze zomer helaas niet voortgezet in juni, juli en augustus en de eerste echte herfststorm domineert de nieuwsberichten van vandaag 6 september.

De zomer tot nu toe:
Ik denk eerlijk gezegd dat iedereen om mij heen in april en mei ongeveer dezelfde gedacht moet hebben als ik: “dat schilderklusje doe ik van de zomer wel!” of “die tuin kan echt wel even wachten, eerst genieten van het mooie weer”. Niet geheel vreemd want met een zulk mooi voorjaar kon een even zo mooie zomer haast niet uitblijven, toch? Ondertussen weten we wel beter, want wat begon met uitstellen omdat het zulk mooi weer was, verwerd van een: ”even uitstellen tot het wat beter weer wordt” tot een: “sorry schat, maar dat klusje kan ik echt pas doen als ik weet dat het een aantal dagen droog blijft”. De herhaalde “comebacks” van de zomer, die immer zo vrolijk door onze weermannen en –vrouwen werden voorspeld, die kwamen natuurlijk niet. De Nijmeegse vierdaagse werd niet afgelast vanwege de hitte, files naar het strand waren er niet, de ijsfabrikanten hebben de seizoensmedewerkers naar huis gestuurd, evenementen en popconcerten werden afgelast of vielen in het water en van de KPN ‘hittegolfweken’ heb ik nooit meer wat vernomen. Sterker nog, ondanks de economische crisis werden de reisbureaus platgebeld voor een reisje naar zonzekere bestemmingen. En de zomer tot nu toe? Verder als één dag met een temperatuur van rond de 23graden gevolgd door een knetterend onweer of een paar regendagen, kwam het deze zomer niet. En als je buurtjes dan op vakantie waren bestonden je tuinoppastaken al helemaal niet uit het water geven aan een uitgedroogde tuin, doch slechts uit het met grote regelmaat legen van de bloempotten van overvloedig regenwater en het verwijderen van welig tierende slakken.

Vooruitzicht:
Met in gedachten de zomer in de lente, de herfst in de zomer, vragen we ons af of we dan een winter in de herfst krijgen en vinden wij, ‘en dat zijn wij met zijn allen”, zoals Mart Smeets dat altijd zo mooi kan zeggen, dat erg? Echt, geloof me ik hou van de zomer, maar ik krijg in september altijd weer zo’n gruwelijk verlangen naar de winter, dat het bijna niet te rijmen is met mijn liefde voor de zomer. Maar toch mensen, de herfst en winter bieden toch zo veel moois en goeds: bossen in herfsttooi, pepernoten en speculaas, de open haard, appeltaart, snelwegen die vast staan door de sneeuw, ijs en schaatsen, ja vooral schaatsen.

En die klusjes dan?


Schaatsen, tja. Iemand die ik goed ken heeft het dan altijd over ‘de op een na mooiste beweging die we kennen’! Ik weet het niet hoor! Schaatsen kan ik in ieder geval langer volhouden en je bent nooit klaar met het oefenen van de perfecte techniek en houding. Perfectioneren, oefenen en inslijpen van de techniek en minimaal 10.000 oefenuren, dat zijn de key-words voor schaatsen. En die klusjes dan? “Ja sorry schat, geen tijd hoor, je weet dat het niet kan, het schaatsen is toch weer begonnen! Als het lente is begin ik er echt aan, hoor, nee echt!”.

Skates

Dus inline-skates naar de zolder en schaatsen uit het vet, klapveer vervangen, ronding nalopen, eventueel laten ronden,  en slijpen en dan na een paar maanden schaatsen komt onvermjdelijk in maart het verlangen naar het asfalt: “ja sorry hoor schat, het inline-skateseizoen is weer begonnen hoor!” Je hoort het mij al zeggen, denk ik…..

Je bent een lekkere houdbare man (via 1skateguru’s Blog)

leuk

Je bent een lekkere houdbare man Je bent een lekkere houdbare man: Soms, ja heel soms word ik ook heel sprakeloos, verlies mijn tong en kleur blozend rood. “Ja, sorry, ’t floepte d’r zomaar uit” verontschuldigde ze zich nog, eigenlijk ook een klein beetje geschrokken van haar spontane opmerking. “Ik bedoelde er niks mee hoor!” voegde ze er nog aan toe, “maar dat vind ik dus nou wel hè, want veel van de mannen van jouw leeftijd zijn van die ingezakte of uitgezakte zitzakken”, zei … Read More

via 1skateguru's Blog

vaccinatie tegen babyboomeritus

Vaccinatie tegen babyboomeritus?

De rimpels, de grijze haren, de groeiende inhammen, de zichtbaar wordende hoofdhuid, de zwembandjes, mijn kinderen die me voor bij rijden: hey, ik heb het allemaal gelaten over me heen laten komen. Héy menneke zeg ik dan, dat hoort er bij hè, bij het ouder worden en ik ben verder keigezond en sportief en dat weet ik. Toch prijs ik mezelf nog vaak met de complimenten die ik van iedereen krijg, zoals: “nee, jij bent toch geen 49?” of: “zo oud ben je toch niet”. Heerlijk en toch kleur ik er soms nog heel verlegen bij.

Vitale yoghurt:

Aan dat gezonde lijf wordt natuurlijk hard gewerkt. Géén overmatig drankgebruik, niet roken, gezonde tussendoortjes zoals echt fruit (banaan, appel), geen optimale en vitale yoghurtdrankjes vol met zetmeel en zoetstof, maar de echte volle kwark en Yoghurt, geen witbrood met vage ‘vezels’ maar echt volkorenbrood. Dit alles gecombineerd met een dagelijks rigoureus ochtendprogramma waar gewerkt wordt aan de “core-stability”, ofwel de buik- rug- en rompspieren. En omdat dat niet genoeg is en er ook calorieën verbrandt moeten worden, sta ik in de zomer 3 á 4 x per week op skeelers en zit ik 1x in de week op de mtb of racefiets en in de winter 2 á 3 x per week op de ijsbaan en 1 x een kleine, en dan bedoel ik ook kleine, looptraining in het park gecombineerd met de hoog nodige sprongoefeningen en trapjes.

Sierlijk oud worden:

Weet u, mijn grootste makke is dat ik te veel lees en verslaafd ben aan semiwetenschappelijke bladen en vergelijkbare rubrieken op internet. Dat komt natuurlijk ook een beetje door mijn werk en fascinatie voor mijn eigen sport en voeding en supplementen in het bijzonder. En dan lees je ergens weer zoiets als: “babyboomers zijn geboren tussen 1946 en 1961”, en dan denk je: “shit, daar hoor ik bij”! Nu was ik altijd van plan sierlijk oud te worden en later als een fitte opa met mijn kleinkinderen (mocht ik die krijgen, want junior 1 en 2 hebben vooralsnog sporadisch verkering) te gaan ravotten en sporten. Je weet wel zoals in die Tv-commercials van incontinentieproducten of vitamines, met van die te gekke, fitte en blije oude mensen waarvan je niet kan raden wie nou wat gebruikt: zo iets dus. Maar zo’n toekomst is niet iets vanzelfsprekends, want als ik verder lees, dan zijn de babyboomers eerder een doelgroep van de farmaceutische industrie, met al hun voor deze groep specifieke pijntjes en blessures. Daarnaast wordt er gewaarschuwd voor allerlei gevaren van sporten zoals verstuikingen, ontwrichtingen, botbreuken, hersenschuddingen etc. Klopt dit onthutsende beeld wat hier geschetst wordt dan wel? In ieder geval niet voor mij denk ik dan, hoop ik dan. Behoudens de spierpijn die ik steeds vaker heb (hier roep ik dan de hulp van een uiterst kundige sportmasseur in, heerlijk!), heb ik nauwelijks blessures. Zelfs de frequente valpartijen op het ijs of op het asfalt overleef ik zonder botbreuken en alleen met wat wij skaters minachtend “asfalteczeem” noemen.

Een leven lang skaten/schaatsen:

Stoppen met deze sporten omdat het gevaarlijk is als je ouder wordt? No-way-Hosé for me boys (and girls). Want natuurlijk kun je blijven sporten als je 40+ bent, zelfs skaten of schaatsen (juist zelfs zegt ons aller KNSB), maar doe dan voortaan wat langer aan je warming-up, werk iets meer aan je flexibiliteit, aan je rompstabiliteit en aan je proprioceptie (hier over mee in een ander toekomstige blog).

Samenvattend kun je stellen dat er wel wat te zeggen valt voor een leven lang sporten, echter denk je dat dat niet gaat lukken omdat je babyboomeritus hebt of kom je qua leeftijd dicht in de buurt van de 50 neem dan voor je gaat sporten, ‘de’ uitgekiende “vaccinatie” tegen babyboomeritus. Het is geen injectie, géén handige pil, maarrrrr….het bestaat uit wat tips:

  • Neem les of techniektraining in de sporten die je bedrijft.
  • Investeer in goed en veilig materiaal (goede skates, beschermers, helm).
  • Neem tijd om op te warmen voor je aan een tocht, een training of les begint.
  • Na afloop, rustig afkoelen en stretchen.
  • Beter meerdere keren per week trainen, dan alleen maar 1 x in de week te keer gaan als een “weekend warrior”.
  • Luister naar je lichaam. De uitdrukking “pijn is fijn” wanneer je traint is helemaal uit de tijd meid en dus volkomen misplaatst.
  • Introduceer nieuwe skate- schaats- of fietstechnieken of -stijlen voorzichtig en geleidelijk, maar komt uit die vermaledijde “comfortzone” waarover ik het altijd heb en je zult jezelf verbeteren en veiliger bewegen.
  • Train om je lekker te voelen, niet om harder te gaan rijden, dat komt dan vanzelf.
  • Train met je vrienden of vriendinnen, met vreemden, kortom met zijn allen en je lichaam maakt nog meer endorfinen aan en je voelt je ‘hemels’ als je die gelukshormonen deelt!
  • Zet je ego in de parkeerstand: je hoeft niet meer van die jongeren te winnen, zoek je voldoening in andere doelen zoals het gezamenlijk uitrijden van de tocht of wedstrijd en als je dan toch vind dat je moet winnen, win dan van de tijdwaarneming of je zelf.

Ik ben misschien dan wel een babyboomer, maar ik skate/skeeler, schaats en fiets nog ieder jaar harder als het jaar daarvoor -). Game, set and match.

Mannengereedschap hoort te hangen!

Mannengereedschap hoort te hangen:
Niet alleen is dit een titel waardoor ik zeker weet dat deze blog goed gaat scoren, zeker in feministische kringen (bestaan die nog?), maar deze titel snijdt ook nog eens hout. Waarmee ik ook maar eens aangeef dat tegenwoordig bijna geen ene man of jongen nog hout snijdt. In het eerste geval omdat bijna geen ene moderne man nog goed gereedschap heeft en in het tweede geval omdat onze jongens, opgevoed door (overblijf-)moeders en juffrouwen in het basisonderwijs, dat gewoon niet meer mogen: te gevaarlijk! Juist daarom heeft iedere 40-plusser wel goed gereedschap, immers een 40-plusser zat als kind, opgevoed door schoolmeesters, vaders en opa’s, gewoon op de stoep bij de voordeur met een oud zakmes of aardappelschilmesje een stuk hout te bewerken tot bijvoorbeeld een pijl-en-boog of werpspeer zonder als hangjongere met een criminele inslag te worden opgepakt voor verboden wapenbezit. En als je dan al bezig was met een aardappelschilmes en je mocht een keer bij hoge uitzondering het echte Zwitserse zakmes van je opa gebruiken, dan leerde je echt wel goed gereedschap te waarderen. Een levenservaring waar je als 40-plusser van vandaag nog wat aan hebt. Zo niet de moderne man. Een moderne man is dan ook ook niet 40-plus, maar veel jonger en als iets kapot is wordt het niet gerepareerd, maar dan bestel je via internet een klusjesman of gooi je het kapotte goed weg en bestel je online een nieuwe. Een kapotte kinderfiets (zelf fietst hij niet, maar doet hij RPM op een sportschool) gaat naar de fietsenmaker of de milieustraat. De kapotte vaatwasser is bij een moderne man een heel legitieme reden om maar weer eens nieuwe keuken aan te schaffen.

Twee man voor een handvat:
Zo kwam het dus, dat bij mij op kantoor waar ik dus de enige 40-plusser ben, een reparatieteam van maar liefst twee man binnen kwam om de deurhendel van de vaatwasser te repareren. Iets waarvoor een 40-plusser met goed gereedschap zijn hand niet voor omdraait en het effe tussendoor repareert. Zo niet het jonge management op mijn kantoor, dus….

Ongeloof:
Ongeloof en hoon kwam mij ten deel toen ik vertelde dat ik dat thuis ook wel eens deed: een reparatie dus. “Ja hoor opa, heb je daar dan gereedschap voor? Voor dit soort dingen?” Als of je met een standaard gereedschap set niks zou kunnen. Wat blijkt? De moderne man op mijn kantoor heeft geen standaard gereedschapset zoals wij 40-plussers normaal gesproken hebben. Geen decoupeerzaag, boorhamer, Dremel, haakse slijper, dopsleutel, steeksleutel- of ringsleutelset, geen verstekbak of pijpensnijder, geen balhoofdsleutel, cranktrekker, kettingpons of simpele bandenlichters, laat staan een gaatjesbord aan de wand in de schuur, waar je goed onderhouden en geolied gereedschap, gesorteerd naar maat en functie, ophangt. Ja, dames en heren goed gereedschap hangt voor ‘t grijpen en ligt niet ergens in een stoffige plastic Marskramer kratje te vernuften.

Size matters! De echte man meet je aan de maat van zijn gereedschap:
Ja wat die moderne man dan wel in huis heeft: een inbussleutel (kwam van dat Ikea kinderkamerkastje), een bladblazer (moderne variant van de bezem), hoge drukreiniger (om iedere zondagmorgen om rond 11.00 uur als ik net terug van de fietstraining en een bakje filterkoffie in de achtertuin drink, een jessesteringpokkeherrie ( zonder ‘ n’) te maken) en een espressoapparaat. Toegegeven, dat laatste vind ik soms wel een goed gereedschap (maar wordt al weer minder als je er ‘ latte’ of ‘ macchiato’ mee maakt)! En een bomenzaag dan, een riek, of een kloofbijl al la Grote Pier (Avonturen van Floris, deel 2), of een houten tuinladder om het huis 1x per 5 jaar in de verf te zetten? Je ziet, ik geef niet gauw op. Maar neen, de moderne man stelt daar dan weer, een beetje lacherig en meewarig kijkend, gesorteerd haardhout (handig bezorgd in kant-en-klare opslag met afdak), een tuinkeuken en een Weber BBQ  en zachte kussentjes voor bij zijn steigerhouten lounge-set tegenover.
Mis(s):
Ik ben geen holbewoner hoor en weet heus wel wat er speelt in de moderne wereld, maar weet je wat er nou mis is met die moderne mannen : ze zijn soms een beetje verwijfd en verwend en tegen de tijd dat zij 40-plus zijn, hangt hun gereedschap, bij het totaal ontbreken van enige lichamelijke inspanning rond huis- en tuin, heel erg ver onder het kant-en-klare spreekwoordelijke afdak.

Ugh!

Mijn Koga Miyata Roadspeed 1980

Fietsen van Koga Miyata waren in het begin van de 80-er jaren, mede door het strakke stalen frame met levenslange garantie, het summum van wat er verkrijgbaar was op wielrengebied. Voor de meeste wielerliefhebbers echter, bleef een ‘Koga’ door de toen astronomische prijzen, een onbereikbare droom. Die topkwaliteit van toen is natuurlijk de reden dat je nog steeds veel oude Koga’s ziet rijden. Zelf reed ik in die dagen op een “oude” Peugeot met ‘Lyotard’ pedalen met toeclips, ‘Simplex’ derailleurs, waarvan, de naam zegt t al, je helemaal simpel werd omdat ze continue verliepen (later vervangen door Sachs Huret, niet lachen!).

Desalniettemin koerste ik toen, met een aantal vrienden van Voorne- en Putten, graag en veel door Zeeland en op de diverse klassiekers. Dat ik toen een baggerfiets had maakte niets uit, zolang je niet hoefde te sleutelen of te vervangen (rare schroefdraadmaten). De meeste renners van toen reden op Gazelle’s, Batavussen, Champions, Raleigh’s (mede dankzij toer succes ploeg Jan Raas cs) of zelfs nog op oudere stalen Locomotiefs (waarop legendarische renners zoals Wim van Est en Wouter Wagtmans in de Tour meereden).

Verrassing:

Blij verrast was ik toen skeelermaat @Pottser me een maand geleden belde of ik interesse had in een “oude” Koga Miyata. “Kwam uit de garage van een oude buurman en diens kinderen waren de boel aan het opruimen en of @Pottser wel een sportief iemand wist die de fiets wel wilde hebben, anders brachten ze ‘m naar de vuilstort”. Ik had er wel oren naar, mede omdat ik op de MTB mijn kids op racefiets niet meer kon bijbenen, maar eigenlijk zat aan te hikken tegen de aanschaf van een racefiets. Nog blijer en verraster was ik toen ik was wezen kijken naar de fiets en aan de hand van type en naam wat speurwerk op internet deed. Alsof de voorzienigheid mij nog eens aanspoorde, kwam het bouwjaar ook nog eens overeen met het jaar waarin ik, gedwongen door werk en carrière, stopte met koersen. @Pottser bood ook nog eens aan de lagers, cups en cranks na te lopen en te voorzien van nieuw vet, alsook het richten van de wielen. De rest moest ik echter zelf doen. Toen ik op de afgesproken dag het karretje ophaalde was ik zo blij alsof ik een lang uit het oog verloren oude geliefde had teruggevonden. Dat ik de banden moest vervangen, deerde niet en dat kon ook later wel, dacht ik, eerst fietsen met junior en direct een rondje Aarlanderveen gedaan. Wat reed het karretje strak, wat een heerlijk stijf stalen frame, wat een heerlijk stuurgedrag. De eerste 40km’s sinds 31 jaar op een racefiets waren zo gefietst en even later in de achtertuin werd het fietsje tegen de schutting gestald om tijdens het herstelbiertje ‘m nog eens goed te bekijken en te bewonderen. Beng! En daar klapte de voorband in één grote stofwolk. Junior kwam naar buiten gestoven om te kijken wie er met vuurwerk gooide, zo luid was de knal.

Shimano “Arabesque”:
Ik weet niet waarom ze ooit de 600 groep hebben gepimpt, maar de Arabesque versie van de Shimano 600 group is zo verfijnd en bevat zulk een schoonheid in detail, dat verliefd worden op dit design, onvermijdelijk is.

Het wiel:
Behalve de half verteerde banden had @Pottser ook nog eens benadrukt dat er eigenlijk ook een nieuw voorwiel moest komen. Bij het huidige wiel waren de spaken dusdanig verroest dat ook daar gevreesd werd voor een vroegtijdig einde. Met in gedachte die formidabele klapband na de eerste beste rit heb ik op marktplaats quasi het naam en typenummer ingetoetst. En warempel direct een hit. Er werd er één aangeboden van 15,00 EURO in Delft. Blijkt de aanbieder al een aantal jaren lang bezig heel wat oude onderdelen uit diens vaders fietsenschuurtje ( zijn vader knutselde en sleutelde veel voor de plaatselijke wielrennerclub), te verkopen met als laatste item dit wiel. Zo bleek hij dit wiel al een aantal jaren consequent iedere keer opnieuw tevergeefs op internet te hebben aan geboden, zonder dat daar ooit iemand op kwam. “Alsof dit wiel op mij gewacht had”, schertste ik. “Dan is het een collectors item en is de vraagprijs nu 75,00EURO”, schertste hij lachend terug, maar toen ik uiteindelijk mijn verhaal had gedaan van mijn “oude” Koga en mijn “oude” wielergeschiedenis, mocht ik ‘m voor 1/10 van die prijs meenemen.

De lak:

De lak was, volgens de oude folder die iemand mij toegezonden had, de kleur “Indian Red” (volgens mij houdt dat het midden tussen goudkleurig en cognac) en vertoonde natuurlijk wat gebruikerssporen. De keuze tussen oppoetsten en overnieuw spuiten was lastig. Ergens tussen: “hoe krijg je exact de 30-jaar oude kleur in een spuitbus” en “er zitten geen echt diepe krassen en roestige plekken op het frame” ligt een hele bandbreedte. Bovendien heb ik van een lokale tweedehands autodealer wel geleerd dat poetsen altijd reddingsmiddel nummer 1 is en daarom toog ik met een arsenaal aan merken poets- en polijstmiddelen en krasverwijderaars aan de slag. Na de poetsbeurt(-en) werd natuurlijk het geheel in diverse lagen keiharde wax gezet. Het resultaat mocht er wezen: alles glom en blonk alsof het hagelnieuw was, waardoor de laatste overgebleven krasjes die de tornado aan poetsmiddelen hadden weerstaan, tegen het geglim leken weg te vallen. Tijdens een tochtje in de regen viel me op

voorblad

hoe gladjes iedere druppel van de buizen afgleed. Een oude Koga transfeur die te beschadigd te lelijk was, heb ik verwijderd door deze te verhitten met een verfbrander. Vraag me af of je die oude transfers nog ergens kunt kopen?

Recycling:

Recycling’ is oude onderdelen van de ene oude fiets op de andere oude fiets zetten.
Ik heb wel wat verandert aan de fiets, maar die veranderingen doen m.i. geen afbreuk aan het model.
Pedalen heb ik vervangen door een paar oude tweedehands spd-pedalen van marktplaats (PD A-520 toerpedalen).
Mijn ingezeten Selle Royalzadel heb ik van een andere oude fiets gehaald.
De banden heb ik wijselijk vervangen door Schwalbe (what’s in a name!) zonder op merknaam te letten. Ik hoop dan ook dat ik met deze banden geen duikvluchten richting asfalt zal maken, wat ik als skateguru dus wel regelmatig doe.

‘Paspoort’ Koga Miyata Roadspeed 1980
Zitbuis 58cm
Bovenbuis 55cm
Lugloze Tange Champion buizen
Headset SR Royal 8,5cm
Stuur SR Roadchamp 40cm
Hi Manga vork
Kleur: Cognac Metallic (brons- goudkleurig), maar “Indian Rood” volgens de folder!
Groep :
• Shimano 600EX ‘Arabesque’ groep (dus niet de 600AX), schroefdraad pedalen 9/16
• 6-speed cassette
Velgen : Mavic Module E2 27/700
Nieuwprijs in 1980: 1195 gulden! (nu is dat 1200 EURO).

Wensen:

Graag zou ik nog de bruine remgreepcovers vinden die er origineel op hoorden te zitten en wil ik zelf, omdat dat veel mooier is, het oude zwarte stuurlint vervangen door een mooi honingbruin lederen stuurlint van Brooks. Ennuh, hoewel het niet origineel is, een verstelbaar stuur en ergonomische rremgrepen en stuurbocht.

Toegift:

Dat de ronduit fenomenale kwalitit van de Koga frames ook anderen inspireert blijkt wel uit de reacties hieronder en uit de vele mailtjes die ik gehad heb. Daarom hier wat foto’s van de brandweerwagenrode Koga van Wouter en de werkelijk prachtige ‘fixie’ van Mark (let op de details van stuur en banden) en helemaal onderaan de Koga randoneur van Peter Reijngoud.

Koga randoneur van Peter

mannen van staal of vlees en bloed

Nederland heeft een nieuwe held en de Tour heeft meer vrouwelijke volgers.

De nieuwe held is natuurlijk Johnny Hoogerland. Dit knap stukje Deltawerken op de fiets is niet kapot te krijgen. Benen als de zuilen van de Oosterscheldekering. Een hart van staal. Een karakter gevormd door de Zeeuwse tegenwind (ik kant ’t zijn moeder zo horen zeggen: “waait ’t hard, dan geef ie maar een trap meer jongen!”). Johnny is ook zûnig met woorden. Hij zegt niet veel en als hij zijn mond open doet gaat deze al helemaal niet verder open als de spreekwoordelijke mossel in witte wijn in uw mosselpan. Hij veroverde de bolletjestrui en verloor de bolletjestrui weer. Beloofde “ons” de bolletjestrui weer terug  en deed dat op fenomenale wijze tijdens de negende etappe. Kuste en passant tijdens  een paar etappes t asfalt maar reed ongenaakbaar en schijnbaar onaangedaan door. Blakend van on-Nederlands zelfvertrouwen.

Bolletjestrui is voor klimmers:

Een buitenlandse renner als drager van de bolletjestrui, nota bene een Zeeuwse renner met in zijn trainingsrondjes de Wâskappelse Zêediek als hoogste klim, daar wilden de Fransen dus niet aan…..

Op z’n Frans:

Iedereen die wel eens in Frankrijk op een route departementaal heeft gereden, op de fiets of met de auto heeft ooit kennisgemaakt met die kenmerkende Franse rijstijl. Rijden tot op de bumper, inhalen waar ’t niet kan en dan grof afsnijden. Op die manier werd Flecha en vervolgens ook Hoogerland de weg naar de zege afgesneden. Kon Hoogerland daardoor afgestopt kon worden. Non, nee, rien, nooit. De laatste dertig kilometers moest Johnny met gapende wonden in benen en billen, opengereten door het Frans prikkeldraad, uitrijden om virtueel de bolletjestrui te claimen. Johnny Hoogerland, wielrenner: een mens van vlees en bloed als u en ik, echter met een ijzersterk doorzettingsvermogen en een ijzeren wil om te winnen.

Vrouwelijke volgers:

Tranen biggelden over Johnny’s wangen toen hij op het podium de bolletjes trui over de schouders mocht doen Dit beeld ging de wereld over en in miljoenen Nederlandse huiskamers werd Johnny in de harten van de vrouwelijke kijkers gesloten. Grace Anatomy’s Mc Dreamy heeft eventjes afgedaan en de Tour heeft nu meer vrouwelijke volgers dan ooit.

Asfalteczeem:

Wielrenners zijn bikkels, getuige de vele valpartijen van deze Tour en de snelheid waarmee ze daarna weer op de fiets zitten en dan rijdend of achteraf door de tourarts worden verzorgd. Zie ook de andere Nederlandse bikkel Laurens ten Dam. Zulke hardheid zie je ook terug bij sporten zoals Inline-skaten en marathonschaatsen, waar snij- en schaafwonden en een huid als rosbief wordt afgedaan als asfalteczeem. Eerlijk gezegd kan ik dit soort bikkels niet vinden bij andere sporten zoals voetballen, hockey of tennis…

Schaatsen saai?

Schaatsen? Is dat niet saai, alleen maar schaatsen?
Een presentatie voorbereidend aan de wethouder sport van onze kaasstad probeerde ik één zin te omvatten wat een schaatser is. Dat ging dus niet! Ik kon wel uitleggen wat een schaatser zoal doet, en dan vooral als trainingsvorm (-en). Hier komt ‘t en probeer het maar eens in één adem op te noemen: een schaatser fietst (ook home trainer of spinning), loopt hard, skeelert, doet aan krachttraining, doet aan touwtje springen, zaklopen (dan wel met een zandzak of je trainingsmaatje op je rug), traint op de schaatsplank of slide-mat, doet aan Pilates (core stability training), klimt op de mountainbike etc. Bepaald niet saai en eenzijdig dus, maar wel alles met maar één doel voor ogen: op het ijs schijnbaar moeiteloos en majestueus glijden.

Waarom? Zo is dat nu eenmaal. Wij schaatsers hebben nu eenmaal niet genoeg aan onze eigen sport, schaatsen! Of ligt hieraan iets anders ten grondslag?

Behalve de logistiek (3 uur reistijd voor een uur ijstraining), het beperkt aantal ijsbanen en beperkt aantal beschikbare trainingsuren per schaatsvereniging is er ook nog de fysiek. Er is nogal wat voor nodig om goed te kunnen schaatsen. Techniek, kracht en uithoudingsvermogen in de juiste verhouding is de basis. Uithoudingsvermogen train je dan weer het beste met hardlopen en fietsen, kracht en explosiviteit train je beter op de mountainbike of in het krachthonk, terwijl je de techniek en stabiliteit weer het beste traint op de droogtraining en core stability training. Skeeleren (inline-skaten) combineert weer duurtraining met kracht en ook weer met techniek en stabiliteit doordat het zeer bewegingsspecifiek is.

Een schaatser is dus met heel veel verschillende soorten trainingen bezig om uiteindelijk een heel onnatuurlijke beweging (de zijwaartse afzet) met een even zo goede heel onnatuurlijke kniehoek, zo perfect en zo krachtig mogelijk te krijgen.

Hoe ziet dat er dan uit voor mezelf: zaterdag geef ik schaatstraining, zondag fietsen op de mtb, maandag schaatsen, dinsdag rust, woensdag schaatsen, donderdag rust of fietsen, vrijdag hardlopen. Dat was dan alleen in de winter. In de zomer is het programma als volgt: maandag skeeleren duurtraining, dinsdag skateles, woensdag rust, donderdag skateles, vrijdag skeelertraining, zaterdag marathon of rust, zondag rust of fietsen.

Een klein onderzoekje om me heen (niet erg representatief dus! maar ga ‘m toch geven)
Op de vraag: “wat doen jullie voor zomertraining?” antwoordde 40% skeeleren, 33%, wielrennen, 14% droogtrainen, 12% hardlopen en 1% niks.

Stelt u mij de vraag: “ben je een schaatser of een skeeleraar?, dan kan ik u niet eenvoudig antwoord geven om de doodeenvoudige reden dat ik rond half september al weer hevig naar het ijs verlang, in december bij de eerste nachtvorstberichten erg koortsig wordt, maar toch zo begin maart weer  zo hevig naar de lentezon en het asfalt snak da ik bij het eerste beste lentezonnetje zo snel als mogelijk mijn witte winterbenen in de korte skeelerbroek steek.

Kortom met één of twee uurtjes schaatsen in de week kom je er niet.
Schaatsen is zo saai nog niet!

schaatsmarathon op de Uithof

Vanavond mijn eerste schaatsmarathon ooit, over 40 ronden, gereden op de Uithof in Den Haag in de categorie recreanten. “Hoe het ging?” was wel de meest gestelde vraag van de andere rijders, die allemaal duidelijk doorhadden dat wij, Perry, Hans en ik, voor het eerst waren. En echt, het was niet de eerste keer dat ik meedeed in een wedstrijd, immers zomers doe ik mee in de Mijnten Skeelercup (MNSC), maar ijs hè, dat is toch anders.

Eerlijk gezegd vond ik het hardstikke leuk. Aan de start zo’n 35 rijders, waarvan 3 dames. De meeste rijders kende ik van gezicht (of van de achterkant)  van de treintjes die op maandag- en woensdagavond de binnenste ring van de 400m onveilig maken. De eerste 10 ronden gingen ook heel erg goed, eigenlijk boven verwachting. Rondetijden lagen tussen de 42 en 46 seconden en ik kon goed meekomen. Ook in de bochten had ik mijn plek en ik had geen angst om heel erg dicht op elkaar te rijden. Hoe ging het dan verder? Bij ronde 11 kreeg ik kramp in de voetboog van mijn linkervoet. Iets wat ik het hele seizoen nog niet gehad heb. Vanaf dat moment moest ik het peloton laten gaan. Eigenlijk alleen met de bedoeling een ronde later weer aan te pikken, maar iedere keer dat ik aanzette om dat te doen, schoot de voet weer in de kramp. Uiteindelijk moesten nog meer rijders het peloton verlaten en vormden we een soort subgroepje.

Hoe dat nou kan? Ik heb immers bijna nooit kramp! Zelf wijt ik het aan een onvoldoende warming-up en onvoldoende inrijden. Wat was dan het verschil tussen de normale routine en tussen deze avond? Als  ik normaal op woensdag train begin ik doorgaans met 3 rondjes en één rust, 5 rondjes en één rust, 7 rondjes en twee rust om dan pas aan een serie van 35 tot 40 rondjes te beginnen. Wat was er dan anders deze avond? In eerste instantie waren we veel te vroeg en hebben een beetje rondgelummeld. Toen we, het wachten moe, een beetje hadden ingelopen langs de ijsbaan en even stonden te kijken naar de junioren, hoorden we de speaker bij laatste ronde van de junioren plotseling aankondigen dat er niet gedweild zou worden. We begonnen onmiddellijk en een beetje gehaast de schaatsen aan te trekken. Eenmaal op het ijs konden we twee rondjes rijden (van echt inrijden was geen sprake) en daarna werden we tegengehouden voor de start, waar1 minuut later alweer het startschot klonk en het los ging. In feite was ik dus, als je het vergelijkt met de manier waarop ik dat normaal doe, onvoldoende ingereden .

Perry en Hans reden toen nog lekker mee, echter toen op het eind werd versneld moest ook Hans lossen en reed Perry nog verder heel verdienstelijk (zelfs een keer kopwerk) mee en finishte een paar seconden achter de winnaar Bosje Rozen.

Na afloop kwamen de andere rijders weer geïntereseerd informeren hoe het ons vergaan was. Uiteraard kwamen met de broodnodige tips (oa. etikequette in de bochten) ook de te verwachten grappen en grollen.

Deze recreanten competitie bestaat al een aantal jaren en bij de aanvang van het seizoen beginnen ze soms met 60-80 rijders. Dat er nu minder waren, had waarschijnlijk te maken met het begin van de krokusvakantie

Conclusies:.het kan echt wel, meedoen in de recreantenmarathon! Echter er in de training moet ik er voortaan wel rekening mee houden dat ik sneller meer werk kan verzetten en dat ik door de kortere inrijtijd een langere warming-up nodig heb. Volgend jaar zeker weer mee doen, want het was hardstikke leuk en dat vonden zeker ook de andere SCGouda rijders Hans en Perry.

Elfstedentocht, hoge noren en het geheim van Reinier.

Een column schrijven begint altijd met een paar loze woorden, kreten of zinnetjes die je ergens hebt opgeschreven of opgeborgen in je geheugen tot dat.. Ja tot dat enkele ogenschijnlijk onbelangrijke gebeurtenissen de ‘trigger’ doen overhalen. Wat hebben oorlog, onderduiken, verzet, dienstplicht, Weissensee, wielrennen en een oude “Rossin” in godsnaam te maken met schaatsen. Daar mee bedoel ik niet alleen het moderne schaatsen van tegenwoordig, maar ook het “schaatsen”, van heel lang geleden. Uit de tijd toen er nog geen klapschaatsen bestonden of aerodynamische strippen. Uit de tijd dat hoge noren, verontschuldig mij deze beeldspraak, nog in hun kinderschoenen stonden.

ReinierPaping

Iedereen weet dat Reinier Paping in 1963 de Elfstedentocht won. Het geheim van die overwinning zat ‘m in zijn broek. ‘Lullig’ omdat na zo veel jaar toch zo en op die manier en met die woorden op te schrijven. Reinier was iemand die graag leerde van de ervaring van anderen. Maar wat heeft dat te maken met oorlog, verzet en dienstplicht? Ik zal het uitleggen. Mijn vader zat in de oorlog in het verzet. Uiteindelijk moest hij onderduiken en via een lange vlucht belandde hij vlak voor het eind van de oorlog in Engeland. Daar kwam hij te varen bij een bergingsmaatschappij die de opdracht had de gebombardeerde Duitse havens weer voor scheepvaartverkeer in orde te maken. Twee jaar lang meed hij de Nederlandse havens omdat hij ergens in zijn achterhoofd ook wel wist dat hij nog dienstplichtig was. Maar daar had hij net even geen zin in omdat hij in het verzet wel genoeg geweld had meegemaakt. Toen op zekere dag het schip waarop hij voer averij had en een Nederlandse haven moest aandoen, stond de MIP hem al op te wachten en de dienstplicht ook. In zijn geval werd het de marine. Zijn ‘slapie’ was ene J. van den Berg. En die man kon alleen maar over lullen over schaatsen en overal had hij wel oplossingen voor, zo ook voor de kou. Ik denk dat iedere Nederlander van boven de 40 wel weet dat je als schaatser bij extreme kou een krant onder je kleding moest vouwen. Maar hoe deed je zo iets in je broek? Een krant in de schaatsbroek kriebelt en schuurt in de liezen tijdens het schaatsen, maar vooral bij het klunen! In navolging van hun schaatsende collega’s gebruikten wielrenners in die tijd ook wel de krant tegen de kou. Je kunt je zo voorstellen dat er aan het begin van zo’n lange afdaling in de Pyreneeën, fluks een krant onder het hempje gestoken werd. Maar in de broek nee, daar liepen wielrenners vooruit op de schaatsters en hadden toen al de zeem. Jeen had daar van geleerd… en droeg, bij extreem koud weer, heel slim, de koersbroek met de zeem achterste voren en gaf deze kennis door aan anderen en via via hoorde Reinier daar van. De tocht van ‘47 en de daaropvolgende tocht was niet zo koud en deze tip werd door bijna iedereen weer vergeten, maar niet door onze schoolmeester Reinier. De winter van 1963 was al heel lang extreem koud en Reinier had geen koersbroek. Daarom had de vrouw van Reinier, met de weersverwachting van die dag, en ongewtijfeld ook haar huwelijksleven, in gedachten, een zeemleren kruis in Reinier zijn onderbroek genaaid, gelijk de wielrenners tegen zadelpijn, maar dan van voren. Het was niet alleen lekker zacht, maar het isoleerde ook nog eens geweldig. Reinier Paping behaalde in deze heroïsche tocht de overwinning, niet alleen door zijn kracht en doorzettingsvermogen, maar vooral, en dat punt is altijd zwaar onderbelicht gebleven, omdat zijn belagers stuk voor stuk achterbleven met stijf bevroren genitaliën. Het alom bekende vrouwelijke scheldwoord (drie letters, middelste letter een ‘u’) was dan ook veelvuldig te horen in het peloton. Ik denk overigens niet als scheldwoord (schaatsers zijn immers nette mensen) maar meer als hartenkreet, verlangend naar warmte. Er waren overigens nog meer dingen bevroren, zoals ogen, neuzen en tenen. Van deze laatste is er een afgezet exemplaar bewaard op sterk water. Overigens, je kunt deze relikwie bezichtigen, in het schaatsmuseum in Hindeloopen. En hoe zat het dan met die bevroren genitaliënin 1963? Die  heeft men toen, en dat heb ik niet uit eerste hand, maar van horen en zeggen, met hand-en-spandiensten weer kunnen ontdooien.

De oplettende lezer, en dat bent u, zal zich op dit moment toch zeker fronsend afvragen wat dit nou allemaal heeft te maken met de Weissensee en die “Rossin”?

De Weissensee:

Een aantal schaatsvrienden was afgereisd naar de Weissensee en om ze een hart onder de riem te steken wilde ik een leuk stukje schrijven, echter het kwam er maar niet van. Druk, druk, druk, druk op het werk, druk thuis, de bekende smoesjes. Natuurlijk kwamen ze terug met de te verwachten heroïsche verhalen, gelardeerd met foto’s en natuurlijk hadden ze het over de geweldige kou, de lange afstand, de scheuren in het ijs en het enorme afzien. Dat was weer één trigger.

De Rossin
De “Rossin” was en is nu weer opnieuwe de oude en vertrouwde racefiets van Twittervriend en clubgenoot Alain. Dit klinkt mysterieus? Zijn column over deze fiets (beslist lezen mensen, hij staat hier http://alain.lafeberhof.nl/?page_id=405 ) en over zijn berijders, was de laatste trigger voor deze column. Want ik vind dat de mensen om ons heen, de jonge maar ook de “oude” en helaas soms ook overleden mensen en hun verhalen, moeten worden geëerd door de overlevering: de overlevering van de verhalen die wij op onze beurt weer doorvertellen of opschrijven, bloggen of columniseren. Is er ook iemand die het verfilmen wil?

Daarom, vanwege de “overlevering”  hier een link naar de schaatsverhalen van schaatsvriend Hans van W :http://home.kpn.nl/hansvw/allskate/allskate.html

fit naar de 2e helft

Fit naar de 2e helft:

Er zijn 3 redenen waarom ik dit stukje schrijf:

* Ik ben al 9 jaar 40+ en dus dik op weg naar de 2e helft van mijn leven.
* Ik ben er van overtuigd dat je dan nog fit kan wezen als je maar aan een aantal simpele principes houdt, ook als je pas 40+ bent.
* Sven Kramer en ook de Control ploeg doen het ook (dus moet het wel goed zijn).

Gebaseerd op mijn ervaring van toen 18 jaar sporten als kind en tiener en het grote verschil met het heden: 11 jaar sporten als 37+’er moet ik mijn focus nu richten op:

* Meer tijd spenderen aan activiteiten die calorieën verbranden (cardio).
* Meer weerstandstraining (plyometrics, berg op, gewicht, oude lagers, slechte wieltjes, elastieken, kopwerk doen) om meer kracht in mijn spieren te krijgen.
* Tijd investeren in flexibiliteit van gewrichten spieren en pezen door bijvoorbeeld “core stability training”, plyometrics of pilates.
* Mijn steeds terugkerende rugpijn onder controle te krijgen door dood eenvoudige grondoefeningen.
* Meer balansoefeningen en werken aan proprioceptie.

Nog een groot verschil tussen toen en nu: Als puber was ik altijd al gezegend met een perfect spijsverteringsgestel. Een heel brood belegd met 2 ons boterhamworst, een liter vla, 4 roze koeken, puddingbroodjes en muntdrop tussen door, een kratje bier in het weekend en op maandag echte friet met mayo van Bram Ladage, alles werd zonder troubles keurig omgezet in energie voor mijn spieren en bouwstenen voor de groei. Mijn metabolisme werkt overigens nog steeds perfect, te perfect eigenlijk: een paar crackers, een paar boterhammetjes, wat verantwoorde optimale of vitale fitte yoghurtjes en in het weekend één, ja één biertje en dat beetje is in no time omgezet in een nieuwe love handle. Dat betekent dus dat mijn verbrandingsmotortje zuiniger is ingesteld als vroeger en dat ik dus moet kiezen: of minder brandstof (calorieën) tanken of meer energie verbruiken (sporten).

Wat doet Sven Kramer (en dus ook de Control http://www.youtube.com/watch?v=lfiuw3N3wew ploeg) dan, is de vraag die op ieders lippen brand? Laat me het uitleggen: op een gegeven moment maakt het niet meer uit hoe hard, hoe zwaar en hoe vaak je traint. Je haalt er niet meer rendement uit en je gaat ook niet meer vooruit. In schaatsers termen: je gaat niet harder, je kunt je gevoel niet meer kwijt op het ijs etc. Daarom moet je slimmer en anders trainen en, hier komt het: minder eenzijdig trainen. Bij schaatsen is vanouds her bijna alle training gebaseerd op kracht in de benen. Die benen hangen aan een romp, het heeft dus ook zin die romp te versterken en dat is “core stability training”. Ten minste zo noemen de schaatsers het. Je kunt het ook Yoga of Pilates noemen, die hebben beiden min of meer het zelfde effect. Je krijgt een sterker lichaam van en je bent meer in balans en daar draait het als schaatser of skeeleraar om. Dit is gewoon functionele fitness en heeft in mijn ogen meer zin als krachttraining.

Geloof het of niet, maar als je die andere skate guru Eddy Matzger (check Youtube http://www.youtube.com/watch?v=8aeZapKWdhM , 2e helft filmpje) zijn warming-up bij zijn skate clinics ziet doen, twijfel je helmaal niet meer: op de grond of op de mat: nu!